Samenvatting
Invoeding is de term voor de elektriciteit die een consument aan het openbare elektriciteitsnetwerk verstrekt, meestal afkomstig van zelf-opgewekte zonne-energie die niet zelf wordt gebruikt. Het kan gaan om een momentopname (het vermogen) of een specifieke periode (de energie). Energieleveranciers maken het vaak complex door dit ‘teruglevering’ te noemen. De Engelse term is Export, maar soms ook wel Feed-in.
Inleiding
Invoeding is de term die wordt gebruikt om aan te geven dan een huishouden (of een bedrijf) elektriciteit aan het openbare netwerk verstrekt. Meestal zal deze elektriciteit afkomstig zijn van zelf-opgewekte zonne-energie die meer is dan wat het huishouden zelf gebruikt. Maar het kan ook afkomstig zijn uit een thuis-accu.
Het concept Invoeding kent twee dimensies: het vermogen dat wordt ingevoed naar het elektriciteitsnetwerk door het huishouden, op een specifiek moment, en de totale hoeveelheid energie die naar het elektriciteitsnetwerk is ingevoed gedurende een bepaalde periode.
De Engelstalige term voor invoeding is Export, alhoewel ook wel de term “Feed-In” wordt gebruikt.
Er zijn enkele gerelateerd begrippen: Afname en Salderen.
Invoeding en vermogen
Vermogen betreft altijd een momentopname, en wordt uitgedrukt in watt (W). Het vermogen zal voortdurend fluctueren.
Bijvoorbeeld: op een bepaald moment van de dag wekken de zonne-panelen van het huishouden 2.500 watt (2,5 kW) op, terwijl er op dat moment maar 250 watt wordt gebruikt in het huishouden. Als er geen sprake is van een thuis-accu, dan zal de overgebleven 2.000 watt (2 kW) worden ingevoed.
Even later kan dat alweer veranderd zijn. Stel dat het een beetje bewolkt is geworden, en de zonnepanelen wekken 2.000 watt (2 kW) op. Tegelijkertijd is het gebruik in huis gestegen omdat bijvoorbeeld de koelkast is begonnen met koelen, er wordt nu 600 watt gebruikt. De resterende 2.000 – 600 = 1.400 watt (1,4 kW) wordt ingevoed.
Invoeding en energie
Energie betreft altijd een periode, bijvoorbeeld een dag of een maand.
Bijvoorbeeld: gedurende een dag heeft een huishouden 5 kWh aan energie naar het elektriciteitsnet ingevoed.
Invoeding of teruglevering?
Wat vanuit het perspectief van een huishouding wordt aangeduid met Invoeding, wordt door de energieleverancier meestal als “Teruglevering” benoemd. Eigenlijk zijn dit dezelfde zaken, maar van twee verschillende kanten bekeken. Het huishouden voedt de energie in, en de energieleverancier ontvangt deze energie. Zij noemen dit ‘terugleveren’, wat taalkundig eigenlijk een heel wonderlijk woord is.
Energieleveranciers hebben vaak moeite om zich te verplaatsen in de belevingswereld van hun klanten, en soms lijkt het of ze opzettelijk onduidelijke termen gebruiken om hun klanten op een dwaalspoor te brengen. Het gebruik van ’teruglevering’ is eigenlijk het interne jargon van de leverancier, terwijl de term ‘invoeding’ de enige relevante en correcte beschrijving is vanuit het perspectief van de klant.
De gehanteerde term zou in alle gevallen invoeding moeten zijn. In ieder geval zouden alle energieleveranciers verplicht moeten worden om allemaal dezelfde term te hanteren, zodat er daarover geen verwarring hoeft te zijn bij consumenten bij het vergelijken van energieleveranciers en energiecontracten.
Invoeding in het energiecontract
Bij het opvragen van de tarieven en voorwaarden voor een nieuw energiecontract, vragen prijsvergelijkers en energieverbruikers bijna altijd om de geschatte opwek van energie. Dat is op zijn minst verwarrend, en in feite onjuist.
Een huishouden dat zonnepanelen heeft, produceert immers eigen energie, maar een deel daarvan wordt ook direct in de eigen woning gebruikt. Dat heet zelfconsumptie.
Wat een huishouden zelf opwekt resulteert dus in een deel eigen gebruik en een deel invoeding. Maar voor het energiecontract is alleen de invoeding van energie relevant. Een vergelijkbare verwarring wordt veroorzaakt door te vragen naar hoeveel een huishouden verwacht te gebruiken, terwijl er eigenlijk gevraagd zou moeten worden gevraagd hoeveel er naar verwachting wordt afgenomen.
Vergoeding
De vergoeding voor elektriciteit wordt in Nederland voor huishoudens gemeten en afgerekend op basis van de hoeveelheid energie die is ingevoed, vermenigvuldigd met het tarief per kWh dat daarvoor is afgesproken. Meestal wordt hiervoor de term terugleververgoeding gebruikt, eigenlijk zou die natuurlijk invoedingstarief moeten zijn. In het Engels wordt dit wel consequent “feed-in tariff” genoemd.
Invoeding op de energierekening
De hoeveelheid ingevoede energie is een van de onderdelen van de energierekening, het gebruiksafhankelijke deel. Twee huishoudens die exact hetzelfde energiecontract hebben, hebben aan het eind van de looptijd toch een andere eindafrekening, onder andere omdat hun afgenomen hoeveelheid elektriciteit en hun ingevoede hoeveelheid energie anders is.
Maximaal vermogen van de invoeding
Het maximale vermogen dat een huishouden op enig moment kan invoeden wordt bepaald door de capaciteit van de aansluiting in de meterkast.
Een huishouden kan bijvoorbeeld een aansluiting hebben met 1 fase en 25 Ampère (A), dat betekent dat er nooit meer dan 5,75 kW aan vermogen kan worden ingevoed. Een ander huishouden kan een aansluiting met 3 fases van elk 25A hebben, en dan kan er tot maximaal 17,25 kW aan vermogen worden ingevoed. Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn als er een groot systeem van zonnepanelen aanwezig is dat op zonnige momenten veel vermogen kan produceren.

